De opstand der ontheemden: het belang van worteling, identiteit en saamhorigheid

CONTACTemail
DATUMMei 2014

Hoe kon zo’n groot volk, zo diep vallen (Titus Levius)?

 

Ik liep door de bergen van de Andes, toen ik in een afgelegen dorpje bij een lokale bewoner aanklopte om te vragen of hij misschien nog wat te eten had. Zoals zo vaak werd ik als een oude vriend verwelkomt en raakte al snel aan de praat. Ik vertelde hem dat ik het zo mooi vond hier, waarop hij antwoordde dat er hier vlak bij zijn huis een pad lag dat aangelegd was door de Inca’s en dat ik het beslist moest gaan bekijken. Hoewel hij mij dit met trots vertelde, schuilde er in zijn ogen toch een verbitterde blik. Ik had het goed gezien, want het gesprek ontwikkelde zich, zoals ik al menigmaal had meegemaakt, in een blues over de gruweldaden van de Spanjaarden. De man was verbitterd, omdat de paar tegels die hij zo diep koesterde slechts een glimp geweest moet zijn van wat ooit een grote beschaving was. Vijfhonderd jaar na dato had hij nog steeds het gevoel dat hij was beroofd van zijn wortels, beroofd van zijn ziel. Het pad was voor hem niet alleen een herinnering aan wat ooit zijn voorvaderen gebouwd hadden, maar ook aan de totale vernietiging van het eens zo machtige Inca-rijk. De Spanjaarden hadden slechts een paar aftandse ruïnes overgelaten van wat ooit het grootste rijk van Amerika was. Alle tradities en rituelen werden verboden, om vervolgens Spaanse gewoonten aan de bevolking op te dringen, en alle tempels zijn op een enkeling na met de grond gelijk gemaakt, om er vervolgens Spaanse kerken en handelsposten op te bouwen. De Spanjaarden hadden de Inca’s krachteloos en verzetloos gemaakt door hun geschiedenis en cultuur te vernietigen. De Spanjaarden hadden door dat de vijand het meest gemakkelijk voor hun karretje te spannen was, als ze de saamhorigheid en de cultuur van de vijand braken. Het verkrachten van hun collectieve symbolen, tradities, mores en rituelen was bij uitstek een doeltreffend middel om de gewenste desintegratie voor elkaar te krijgen. Niet langer overtuigt van hun goden, niet langer omringt door objecten die hun cultuur symboliseren en niet langer blootgelegd aan rituelen die herinneringen doen opleven over al oude gebruiken, verloren de Inca’s zicht op wat hun als volk verbond, wie ze waren en waar ze voor vochten. De versplintering die dit teweegbracht zorgden ervoor dat de Spanjaarden een langdurige onderdrukking zonder al te veel moeite in stand konden houden. Deze hoogst effectieve en meedogenloze strategie hadden de Spanjaarden geleerd van de Romeinen. De Romeinen noemden deze strategie: devidi et impera of te wel verdeel en heers (Machiavelli).

In Nederland leven wij momenteel ook in een tijd waar er sprake is van een toenemende desintegratie, doordat ons collectief erfgoed systematisch aan afbraak onderhevig is (Scheffer). Deze desintegratie komt dan misschien niet voort uit een militaire strategie van een uitheemse bezetter en is niet van hetzelfde kaliber, maar vertoont wel opvallend veel overeenkomstige symptomen. Het kan niemand zijn ontgaan dat er ook nu onder veel bewoners een gevoel van verbittering heerst tegenover alles en iedereen die zij verantwoordelijk houden voor de afbraak van hun collectief erfgoed, dat er ook nu veel mensen een ontheemd gevoel hebben, en dat ook nu veel mensen krampachtig vasthouden aan alles wat hun gevoel van eigenheid bevestigd. Ja, net zoals het Inca volk onderhevig was aan desintegratie, lijkt het vertrouwde landschap van Nederland dat nu ook te zijn. Dit valt af te lezen aan de vragen die de gesprekken in de media, de kroeg en de eettafel al jaren overheersen. Wat is het nog dat ons als Nederlanders met elkaar verbindt in een wereld die in toenemende mate pluriform is? Wat is de Nederlandse identiteit? Is Nederland niet vol genoeg? Moet er niet een verbod komen op het dubbele paspoort? Is de burka niet mensonterend? Wat zijn de grenzen van de vrijheid van meningsuiting? Hoe erg is segregatie? Het zijn allemaal vragen die over de kern gaan van wie we zijn en waar we voor staan. Het is bot om te realiseren maar daardoor niet minder waar, de identiteitscrisis van het individu komt voort uit een crisis in ons. Alle onderzoeken wijzen dan ook uit dat mensen heel tevreden zijn over hun eigen leven, maar zich ernstige zorgen maken over de ontwikkelingen in de samenleving (Heijne). De afgelopen decennia zijn steeds meer mensen zich bedreigd gaan voelen in hun eigenheid, omdat ze zich tegen hun wil geen onderdeel meer voelen van de samenleving. Deze mensen frustreren zich over de verstoorde relaties die ze zien en over de landgenoten die zich onttrekken aan de gemeenschap, dat wil zeggen de graaier aan de top, de intellectueel op de televisie, de vrouw in een burka, de bureaucraat die soevereiniteit overhandigt aan Brussel of het straattuig voor de deur (Heijne). De vervreemding en frustratie die veel mensen voelen ten gevolge van de onder druk gekomen identiteit, saamhorigheid en leefbaarheid, heeft de Nederlandse samenleving geradicaliseerd. En terwijl de bevolking aan het radicaliseren en versplinteren was, waren er geen politieke partijen die gehoor gaven aan de frustraties in de samenleving en de drang naar identiteit en gemeenschapszin (Heijne). Dit maakte de bevolking ontvankelijk voor volksmennerij. De opkomst van het populisme ¹ in Nederland is niet toevallig, maar is niets anders dan een logische politieke consequentie van de maatschappelijke ontwikkelingen tijdens de naoorlogse periode (Riemen). Er mag dan ook niet lichtzinnig over de opkomst van het populisme gedaan worden, want het populisme is een uiting van ressentiment, vervreemding en ontheemde gevoelens welke ontstaan zijn door de afkalving van de gemeenschapszin, straatvrede en cultuur in onze maatschappij (Riemen; Heijne). Het moet ons toch te denken geven, dat in een tamelijk ontspannen en open samenleving als de Nederlandse, een op wrokkigheid en houvast gebaseerde opstand van burgers onder leiding van eerst Pim Fortuyn en nu Wilders zo snel om zich heen kon grijpen, en dat na jaren van economische voorspoed, een politicus met een programma tegen verdere immigratie en voor het versterken van nationale trots en openbare orde in het verkiezingsjaar 2002 binnen enkele maanden de tweede politieke macht in het land kon voortbrengen (Scheffer 2009: 141).

Maar als het rechtse populisme een uiting is van ressentiment, vervreemding en ontheemding onder een groot deel van het volk door het afkalven van de gemeenschapszin en cultuur, hoe heeft dit zich dan kunnen manifesteren in de Nederlandse samenleving, en hoe kunnen we dit weer verhelpen? Dat zijn de centrale vragen in dit epistel. Ik zal betogen dat het ressentiment en cultuurverlies als ook de versplintering, vervreemding en ontheemding onder steeds meer mensen, deels verklaard kan worden door de opkomst van een ontheemde kosmopolitische verschijningsvorm onder de elite tijdens de naoorlogse periode. Om dit op te lossen moeten we het ontheemd kosmopolitisme omvormen tot een geworteld kosmopolitisme, die rekening houdt met de gradiënten van ons menselijk bestaan, die rekening houdt met zowel de lokale binding en het nationale gemeenschapsbelang als wel met de mondialisering in de wereld.

Lees hier het volledige essay: De opstand der ontheemden.