Essay ‘Als een aap op de rots’

DATUMapril 2014

Veel van de herinneringen van mijn jeugd spelen zich spelend af in de openbare ruimte. Ik ben opgegroeid in de gemengde wijk Kralingen in Rotterdam. Deze wijk was strikt gesplitst in twee buurten, met aan de ene kant een rijke autochtone buurt en aan de andere kant een arme allochtone buurt. Mijn straat bevond zich precies op de grens tussen de arme en rijke buurt met in het midden een beschut speelparkje, dat we het knooppunt noemde. Het was de plaats waar kinderen van verschillende etniciteit en sociaaleconomische klassen elkaar ontmoetten en van elkaars cultuur proefden. Het proces waarbij al deze groepen van verschillende afkomst, achtergronden en leeftijden beslag legden op een deel van de openbare ruimte verliep uit de aard der zaak niet altijd zonder problemen. Soms ontstonden er woordenwisselingen of vechtpartijtjes, doordat de oudere jongens de jongere jongens weg schopten, twee jongens elkaar een beetje liepen uit te dagen, of omdat de gemoederen hoog opliepen als we de eer van onze etnische afkomst moesten verdedigen tijdens een pot voetbal. Maar verreweg het gros van de tijd was de sfeer vredig en maakten we veel plezier met elkaar. Kinderen van alle afkomst en achtergrond voelden zich er prettig, omdat zij er het gevoel hadden zich te kunnen onttrekken aan ouderlijk gezag en hun kinderlijke fantasie optimaal tot leven konden laten komen. Het Knooppunt had, met alle wilde struiken, dikke lagen klimop, scheuren in de muren en gaten in de heggen, een avontuurlijk karakter. En dit alles op een terrein waar in mijn ogen een perfect balans bestond tussen een aantrekkelijke hoeveelheid risico’s en een veilige omgeving. Terwijl kinderen er konden voetballen, verstoppen, klimmen, rondrennen, springen en graven, was er geen verkeer, waren er geen lugubere figuren en konden de moeders in de huizen er omheen vanaf hun balkon de boel aanschouwen. Veel van mijn mooie jeugdherinneringen spelen zich dan ook af op het Knooppunt en veel van mijn allochtone vrienden die ik nu heb, ken ik nog van dat speelparkje. Toen ik er echter een paar jaar geleden naartoe ging om nostalgische gevoelens op te roepen, kwam ik tot grote schik een gesloten poort tegen. Het speelparkje was geprivatiseerd domein geworden en niet meer toegankelijk voor buitenstaanders. Nu is verdwenen wat ik als kind voor lief nam, besef ik pas echt hoe mooi en bijzonder het knooppunt was. Aangezwengeld door nostalgische gevoelens denk ik nu als socioloog met fascinatie terug aan de tijd dat ik als kind op het knooppunt rondzwierf met mijn kameraden. Waarom voelde jongens en meisjes uit alle lagen van de bevolking zich er zo thuis? Wat was het aan het knooppunt waardoor het zo uitnodigde tot sociale interactie? Hoe ging het proces van contact leggen als kind? Om welke redenen en met wie kwam ik in conflict? Welke handelingen en objecten zorgden voor de verbroedering en welke voor conflict? Hoe handelde en dacht ik als kind in zo’n heterogene en avontuurlijke plek. Wat was het toch dat het Knooppunt zo levendig en uitnodigend maakte? Het waren allemaal vragen waar ik lange tijd mee in mijn hoofd zat.

Hier kwam verandering in op de dag dat ik op ’t Landje belandde. Ik voelde me er net als zovele direct thuis en het deed me ontzettend denken aan het Knooppunt. Beiden ademen ze een avontuurlijke sfeer uit, waar kinderen en jongeren van uiteenlopende afkomst en achtergrond naartoe trekken om te kunnen buitenspelen. Beiden zijn het landschappen waar zich ‘t Landje als de uitgelezen kans om de vragen die in mijn hoofd ronddwaalden te kunnen onderzoeken en besloot een essay erover te gaan schrijven.

In de pdf: ‘Als een aap op de rots’ leest u dit volledige essay.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Samuel de Zeeuw.